Oorlogsgeschiedenis wordt vaak verteld aan de hand van grote mannen. Generaals, presidenten en verzetsleiders nemen beslissingen, tekenen documenten en spreken woorden die later in geschiedenisboeken terechtkomen. Charles de Gaulle is zo’n man. Zijn naam is haast niet meer los te zien van het verhaal van Frankrijk tijdens de Tweede Wereldoorlog. Maar hoe verder je afdaalt van zulke monumentale figuren, hoe groter de groep mensen wordt die de geschiedenis wel ondergaat, maar haar zelden lijkt te mogen bepalen.

De Gaulle: Résistance (2026) bevindt zich nadrukkelijk aan de bovenkant van die schaal. Simon Abkarian speelt De Gaulle als de visionair die gelijk zal krijgen, terwijl Frankrijk bijna de proporties van een heilig ideaal aanneemt. De film houdt nauwelijks afstand tot de legende. Dit is geschiedenis gezien door de ogen van een man die inmiddels zelf geschiedenis is geworden.

Hoe anders zijn de mannen in Lukas Dhonts Coward. Pierre en Francis zijn geen generaals en zullen geen veldslagen naar zich vernoemd krijgen. Ze ontmoeten elkaar achter het front van de Eerste Wereldoorlog en proberen tussen geweld, theater en verlangen iets van een leven op te bouwen. De oorlog wordt hier niet bepaald door degene die bevelen geeft, maar ervaren door degenen die ermee moeten leven. Juist door twee mannen centraal te stellen die in de traditionele geschiedschrijving gemakkelijk zouden verdwijnen, maakt Coward de oorlog kleiner en menselijker.

In Palestine 36 wordt die tegenstelling nog politieker. Annemarie Jacir keert terug naar de Palestijnse opstand tegen het Britse Mandaat tussen 1936 en 1939. Ook hier staan gewone levens tegenover de mensen en machten die over hun toekomst beslissen. Geschiedenis bestaat ineens niet alleen uit verdragen, bestuurders en politieke leiders, maar uit mensen die de gevolgen van hun beslissingen dragen.

In Naza worden die ‘kleine’ mensen uiteindelijk zelfs zo klein dat ze dreigen te verdwijnen in de taal waarmee oorlog wordt beschreven. Mensen worden slachtoffers, aantallen, schade. ‘Collateral damage.’ Een term die bijna indrukwekkend efficiënt alle menselijke betekenis uit een mensenleven weet te persen.

Misschien ligt daar dan toch een antwoord op de vraag waarom filmmakers steeds opnieuw naar oorlog terugkeren. Niet omdat er na zoveel films nog onbekende veldslagen ontdekt moeten worden of omdat De Gaulle opnieuw tot leven moet worden gewekt. Maar omdat geschiedenis voortdurend bepaalt wie groot wordt en wie klein blijft.

Een oorlogsfilm kan die verhoudingen omdraaien. Hij kan afdalen van de man op het voetstuk naar degene die ergens onderaan de bladzijde dreigt te verdwijnen. Misschien is dat juist nu de toegevoegde waarde van nóg een film over oorlog: ons eraan herinneren dat achter iedere ‘grote man’ een ontelbare hoeveelheid kleine mensen staat voor wie geschiedenis geen monument is, maar iets wat hen overkomt.

 

(Daan Kusen)

 

De Gaulle: Résistance en Liberté, Coward, Palestine 36 en Naza zie je allemaal in november in de Kleine Zaal van Theater Heerlen.

Benieuwd naar ons volledige programma?